2014, ECHO I1, naar Ribera, olie op doek, 30*24
er zijn deze zomer een 25-tal kleine schilderijtjes ontstaan.
 
Echo is hun onderwerp. de nimf die tussen de bomen dwaalt waar Narcissus zichzelf aan de rand van het water ligt te verdrinken.
 
Freud schreef ooit een schattige tekst over deze van zichzelf voldane man. Hij distilleerde er een psychisch model uit dat perfect bij het begin van de 20e eeuw past en waaraan veel psychologen vandaag nog vasthouden -de meeste psychologen zijn dan ook geen grote zoekers in hun tijd.
 
vandaag is Echo een beter alternatief om onze identiteit te modeleren... waarom? dat komt u bij een volgend schilderij te weten. 
 
 


2012.XXIX_200x180
DIT SCHILDERIJ BESTAAT NIET MEER IN ZIJN HUIDIGE VORM... EEUHM, DAT KAN HELEMAAL NIET, TENZIJ HET NIET MEER BESTAAT.
zoals in enkele van de laatste schilderijen is ook hier weer een tafel het centrale gebeuren. er bestaat een bepaald soort genreschilderij waarop zich rond en op de tafel een handeling afspeelt. dikwijls heeft het met gokspelen te maken, met valsspelen ook (caravaggio, de la tour, permeke,...). het fascineert me meer en meer, het spel, zijn regels en de overtreding. 
zou men van het schilderen zelf een dergelijk spel kunen maken? met zelf ontworpen spelregels en dus ook met valsspelen? in de literatuur wordt dit gedaan door de schrijvers van Oulipo... (queneau, perec, calvino,... )
maar belangrijker nog is de vraag, waar wordt er vandaag vals gespeeld? en waarom? (cfr. media, politiek,...)
en ook nog - want het spel is niet het enige dat in dit schilderij naar voren komt: er zijn weer allerlei figuren in verschillende ruimte perspectieven door elkaar ontstaan. voorlopig lijken ze redelijk geordend. misschien moet het 'tableau vivant' in de toekomst meer naar het stilleven neigen, naar het 'nature mort'

2012.VII_155x145

om langzaam te kijken.
er is een soort oorlog op de tafel, maar vooral in de verf, waar het denken van dit schilderij zich in de eerste plaats afspeelt.
wat me begint op te vallen is dat de tafel een motief wordt in verschillende werken. Een soort 'nature mort' op de tafel, een soort 'tableau vivant' rond de tafel.
ik kom hierop later terug, het is voor het eerst dat het me opvalt.
2012.IV_25x60

in het museum. adam hengelt naar eva.
2012.I_200x180

over het schilderen zelf. hoe alles uit de verf komt en hoe uiteindelijk alles terug tot verf zal vergaan. scheppen is ordenen. af en toe ontstaat er zoiets figuratiefs. soms ook is de ordening abstract. dat is schilderen: de modder waarin wij rondpruttelen, steeds weer ordenen= creëren, nooit is het: ideeën vormgeven.







vorige versie

geen titels meer...

zelden heeft een kunstwerk een titel die de nagel op de kop slaat. ze bepalen teveel. zijn te vrijblijvend in andere gevallen. beide vormen een probleem.
nu ik merk hoe banaal sommige van deze titels zijn, heb ik besloten om voorlopig de schilderijen te nummeren en wel chronologische. bijvoorbeeld: 2011.IX. is het negende schilderij dat ik heb afgemaakt in 2011. (mocht het nu zo zijn dat ik later nog iets aan het schilderij verander, dan verandert natuurlijk ook de nummering.)
2011.VII_200*80


het schilderij is gebaseerd op de Piëta uit 2008 van Berlinde De Bruyckere.



2011.VIII_115x100

het borstbeeld blijft me fascineren. het is de mogelijkheid, het los van het lichaam dat lijdt en het is de identiteit, die, zoals altijd weer, verkleed als zichzelf, zichzelf in de steek laat. gelukkig. niets erger dan de rest van je dagen hetzelfde te moeten zijn. het borstbeeld is tevens het falen van de mogelijkheid. het is het immer vaste. Wat gegeven is en altijd gegeven zal zijn. niets dat verandert. het is de fascinatie voor dat wat was. maar dat is de schilderkunst altijd. geen ander bestaan voor de schilderkunst dan de fascinatie voor dat wat was, zelfs als ze utopisch is. geweldig. daarom kan schilderkunst ook nooit hedendaags zijn. ze verloochent dan haar enige bestaansrecht.

of dat wat ik hier nu zo even bedenk ook juist is, is niet de vraag. het werd gedacht en dat is van belang. (het belang van een idee is niet dat het juist is, wel dat het geproduceerd is. wat niet wil zeggen dat kunst samenvalt met dat waar ze vandaag de dag voor lijkt te staat, leuke ideetjes die we eens even zullen uitvoeren (lees: dat noemen we dan vandaag de dag conceptuele kunst. flauwe kul en lariekoek. dat is het, totaal irrelevante nonsens. degelijkheid in denken. degelijkheid in uitvoering. misschien is dat te moeilijk voor de mensen van vandaag die opgroeien in de diversiteit en versplinterdheid van de nieuwe media. en toch houdt een hele gemeenschap (west-europa) zich vandaag met niets anders bezig dan met een achterhaalde invulling van een boeiend concept: identiteit. laten we daarom het borstbeeld zien als de clown die lacht om zijn eigen invulling.


2011.V_200x80
een moeilijke bevalling, dit schilderij. (elk schilderij trouwens) in een vorig leven was het een vrouw met een roze, zeer modieuze jas. maar het roze leek me te fleurig. het verleidde de toeschouwer te veel. mensen hebben de neiging om donkere kleuren te associeren met depressie, licht kleuren met opgewektheid... ik zie het niet zo. voor mij zijn kleuren emotieloos. er zijn slecht mooie en lelijke kleuren. de emotie is een cultureel verschijnsel dat aan de kleur kleeft. alleen maar 'vrolijke kleurtjes, geel en groen en rood', daar krijg ik het van op mij heupen... toch emotie dan? of krijg ik het op en gecultiveerde manier op mijn heupen?
terug naar het schilderij... de koeienkop is van Jan van Imschoot, van een schilderij van hem met drie opgehangen koeien. sterk beeld, goed geschilderd.
maar waarom deze koeienkop op die madame? ik weet het niet, moet ik nog verzinnen...
2011.III_200x115
wat volgt is een beschrijving van de lijdensweg die het schilderij was.
een tafel, het is begonnen met een manneke dat op de tafel was vastgenageld. bloederig. te bloederig. ik wilde vlees. zoiets als de os van rembrandt, of van soutinne... het werd roze in de plaats van vlees. het werd een soort gedoe daar op die tafel... wat? verf. dat is wat een schilder heeft, en dat is wat hij uitbeeldt: verf... af en toe veschijnt er iets herkenbaars. verf dus. veel verf en kleurig, zeker naar mijn doen. alsof er iets verborgen diende te worden... zo fel zijn de kleuren. de tafel verdween en het zwart rondom het kleurige deel leek op de plastiek doorschijnende inpakfolie waarmee bloemen worden ingepakt. De tafel, het vlees, het roze, het werd een boeket... dus toch iets herkenbaars.
de personages... (is het al opgevallen dat alle figuren op mijn schilderijen uit een theater lijken weggelopen... personages bij het eigen leven in mijn verfwereld. de deze hier... er is een soort melancholie, een soort bezinning. alsof ook de personages er niet zijn. alsof ze elders zijn. niet wat, wel waar... dat is de vraag die al mijn schilderen drijft. waar is de mens, waar is de verf die die mens in de verf zet...
2011.I_115x100

borstbeelden... die grieken toch... met hun statische en statig beelden. ik heb ze liever naturel, zwierig en met dikke tetten. ook nietzsche stond voor die verscheurende keuze... hij zou het wel geweten hebben.
maar het blijven beelden van machientjes die de kunstenaar creëert.
(gebaseerd op een foto van dita von teese.)

1999_zelfportret 1999_30x20, olie en ketchup op doek.
2008.VII_155x115
(de hofnar)
tsja, waar is den tijd, die niet politiek correct was en waarin mensen die er niet uitzagen als alle mensen niet in instellingen werden opgesloten, maar ter vertier en vermaak van dienen edelman dienden.

de hofnar wordt daardoor een symptoom van het individualisme. hij is de enige in het systeem - opgesloten weliswaar - die nog afwijkt... paradox? uitsluitingsmechanismen werken nivellerend.

jammer dat de tv de functie van deze mensen heeft overgenomen.
(ik wil op dit stukje tekst geen reacties dat met de vinger geheven zegt: jammer dat kunt ge toch niet zomaar zeggen zekers want... bespaar me jullie preken. deze tekst is er zelf één)
2009.IV_100x50

2009.IV kent een lange en moeilijke ontstaansgeschiedenis. oorspronkelijk was het een groot schilderij met een wulpse dame op een bed dat dienst deed als een speelgoedautootje. in mijn kindertijd was mijn bed zo ongeveer alles wat ik maar kon bedenken en wat ik nodig had voor mijn spel. daarover wilde ik een schilderij maken: over de kindertijd, de ongebreidelde mogelijkheidszin en de nostalgie. het is iets anders geworden: de stervorm op het hoofd van de patient is voor mij lang een verwijzing geweest naar een foto van Marcel Duchamp, die de moderne kunst heeft uitgevonden en haar dan ook maar direct heeft gedood door haar teneinde te denken. daarin moest ingegrepen worden. in het tendode denken. (een vorig titel was: de anatomieles van dokter Duchamp, artiest, kleine foto)
de anatomieles van dr Tulp - ook al te zien op het schilderij pandora werd een leidraad. ook de domheid sloeg toe op het gezicht van de patient. er was werk aan de winkel. het werd wat het nu is, een klein schilderij over
grote ingrepen.



------------------------------------------------------------
dat ik geen hoofdletters gebruik, hebt u te danken aan Marcel Wauters, schrijver.
het gebruik van hoofdletters vergt ook veel meer energie tijdens het typen, en aandacht ook. altijd die extra toets indrukken. ik heb nog van geen wetenschappelijke publicaties hieromtrent weet, maar een exact onderzoek dringt zich op.
2008.III_155x115
(maldoror)


'Gedurende mijn hele leven heb ik gezien dat de mensen met hun smalle schouders, geen enkele uitgezonderd, talrijke en domme daden doen, ik zag dat ze hun medemensen verdierlijkten en de zielen met alle mogelijke middelen slecht maakten. Zij noemen het motief van hun daden: de roem. Bij het zien van dit schouwspel wilde ik lachen zoals de anderen, maar die vreemde nabootsing was mij niet mogelijk. Ik nam een mesje met een vlijmscherp lemmet en ik spleet het vlees op de plaats waar mijn lippen bij elkaar komen. Een ogenblik geloofde ik dat mijn doel bereikt was. Ik bekeek in de spiegel die mond, die ik verwond had door mijn eigen wil! Het was en vergissing! Het bloed dat overvloedig uit de twee wonden vloeide, verhinderde trouwens te onderscheiden of dat nu werkelijk het lachen van de anderen was. Maar na een korte vergelijking zag ik wel dat mijn lachen niet leek op dat van de mensen, dat wil zeggen ik lachte niet.'

Comte de Lautréamont, De zangen van Maldoror, Eerste zang.
2008.II_155x115

pandora is gemaakt aan de hand van een vakantiefoto. ochtend, het snijden van de fruitsla. het werd een mythisch verhaal waarbij er, aan de hand van het schilderij van Rembrandt, een soort hedendaagse variant van pandora ontstond.



het is ook een schilderij van het wegschilderen. wat er overblijft is het wegschilderen van vele andere schilderijen. schilderen en krabben. het wegpeuteren van de verf. een soort plastische chirurg die het laagje vernis niet toevoegt, wel eraf haalt... die de plooien van de huid niet gladstrijkt, wel openrijt om de schoonheid van het huidland zichtbaar te maken.
2009.I_200x150

over zingeving
2008-2010_230x150
snel zal de definitieve versie van het schilderij gepubliceerd worden.
oorspronkelijk stond de danser niet echt op zijn benen. hij was gevallen, erger nog, hij was neergeschoten. in zijn hoofd zijn nog steeds de sporen van dit voorval, dat hem door mijn toedoen overkwam, te zien. nadien heb ik hem als het ware opgefrist. hij kon lopen, op zijn benen staan, dansen. hij werd daarbij zelfs omringd door een dame. sindsdien is hij gelukkig. ook al blijft de wond zichtbaar.
het schilderij is gebaseerd op een schilderij van de britse schilder Micheal Andrews. (copyright: the estate of micheal Andrews)
2008.I_155x115

soms is eenvoud beter, maar het kan maanden of - in dit geval - jaren duren eer het schilderij dat weet.

iedereen die iets van de problematiek van het schilderen wil begrijpen moet het kleine boekje van James Lord over Giacometti lezen. Giacometti, een portret

Giacometti in strijd met dat wat hij ziet en dat wat hij er als kunstenaar van maakt. zeer fascinerend, want dat is de strijd die kunstenaars vandaag nog steeds voeren.


2007 eva en de te grote appel, vorige versies van een dame.